Advies over wonen
en werken in Noorwegen?
Bel 0047 928 54 190

Levensbeschouwing

Terwijl in een groot deel van Europa het Christendom aan het eind van de 10de eeuw al enkele honderden jaren vaste voet aan de grond heeft, is de bevolking in het gebied dat het huidige Noorwegen bestrijkt nog heidens.
De godenwereld in de voorchristelijke noordse samenleving komt grotendeels overeen met die van de andere Germaanse stammen op het vasteland van Europa.
GELOOF VOOR DE KERSTENING
Onze kennis en de verhalen uit deze mythologische tijd zijn overgeleverd via de proza-Edda van Snorri Sturluson en de gelijknamige, poëtische Edda, waarin goden- en heldenliederen uit de negende tot twaalfde eeuw zijn verzameld en op schrift zijn gesteld.

De goden – Æsir (Asen) leven in hun eigen rijk, Asgard geheten. Odin is de oppergod, die – als hij niet op zijn troon zit - op zijn achtbenige hengst Sleipner door het universum draaft. Odins vrouw is Frigg, hun kinderen zijn Thor, Brage, Tyr, Heimdal, Våle en Vidar. Behalve de goden zijn er ook halfgoden, de Vaner (Wanen).
Tussen beide kampen heerst een gewapende vrede, die regelmatig door geweld en conflicten wordt verstoord. Soms ruilen beide groepen hun krachten. Njord, zijn vrouw Skade, hun zoon Frey en hun dochter Freya (die godin van de liefde werd na de oversteek) komen via zo’n ruil bijvoorbeeld bij de Æsir, de echte goden, terecht.
Het ontzag voor de goden is groot, er wordt geloofd dat de goden beslissen over voorspoed en tegenslag. Om ze gunstig te stemmen worden de goden vereerd en worden er offers gebracht, voor bijvoorbeeld een goede oogst, mooi weer of vruchtbaarheid. Op speciale hoogtijdagen zijn er offerfeesten, met midwinter, als de terugkeer van het licht wordt gevierd, als hoogtepunt.

De komst van het Christendom luidt het onvermijdelijke einde van het meergodendom in. Restanten van de mythologie zijn nog nauwelijks terug te vinden. In enkele staafkerken zijn nog myhtologische panelen in het houtsnijwerk te zien. Verder herinneren de dagen van de week aan het heidense verleden: tirsdag (dinsdag) komt van de god Tyr, onsdag (woensdag) van Odin, torsdag (donderdag) van Thor en fredag (vrijdag ) van Freya.

KERSTENING
De komst van het christendom is in Noorwegen onlosmakelijk verbonden met Olav Tryggvason en Olav Haraldsson. Twee vikingen, beide avonturier die een vermogen hebben verdiend op hun strooptochten door Europa en allebei in datzelfde Europa bekeerd tot het nieuwe geloof in één God.

Het is het jaar 994 als Olav Tryggvason in Londen op zijn knieën voor het doopvont ligt. Tryggvason, die twee keer Zuidoost-Engeland heeft veroverd en door de Engelse koning even vaak losgeld heeft gekregen in ruil voor het verloren gebied, is christen geworden. Hij verlaat Engeland, gaat terug naar zijn geboortegrond en begint als vorst een nieuwe veldtocht, nu als verspreider van zijn nieuwe geloofsovertuiging.

De bekering gaat snel, het christendom krijgt onder zijn leiding al gauw vaste voet aan de grond. Als de woorden van zijn zendingsverhaal niet overtuigend genoeg zijn, is er altijd nog het geweld dat twijfelaars over de streep helpt. Nee zeggen is geen optie, pardon evenmin. Als Olav Haraldsson in 1016 de macht in het Noorse land in handen krijgt, gaat hij verder waar Tryggvason gebleven is. Haraldsson is net als zijn voorloper een gehard krijger. Nadat ook hij tot het geloof is gekomen, en volgens overlevering gedoopt is in het Franse Rouen, reist ook hij terug naar zijn vaderland. Het is Haraldsson die de kerstening van het land voltooit. Tegelijkertijd legt hij het fundament voor de kerk als instituut.

Politiek is hij al even succesvol. Hij is de eerste koning die er in slaagt eenheid te brengen in het tot dan toe versplinterde land, waar krijgsheren en vorsten elkaar naar het leven staan. Zijn dadendrang en – in de geest van die tijd – harde optreden, bezorgen hem echter tal van vijanden. In 1028 moet hij het land ontvluchten. Als hij zijn rijk twee jaar later probeert te heroveren sneuvelt hij, op 29 juli 1030, in de slag bij Stiklestad.

Als zijn kist een jaar later wordt bijgezet in de Klemenskirka in Trondheim, gaat de mare dat zijn haar en zijn baard in de tussentijd gegroeid zouden zijn. Hij wordt terstond heilig verklaard.

Als vader van de religieuze en politieke eenwording gaat hij als Olav de Heilige de geschiedenis in.
Bij de bouw van de Nidarosdom in Trondheim, een eeuw na zijn dood, wordt hij bijgezet in een schrijn op het altaar. Die rustplaats is gedurende de Middeleeuwen een van de belangrijkste pelgrimsoorden voor gelovigen uit heel Noord-Europa.
Als grondlegger van de Noorse politieke en godsdienstige eenheid wordt hij nog steeds herdacht. Op 29 juli, zijn sterfdag, zijn er in Trondheim en Stiklestad uitgebreide herdenkingen, elders in het land wapperen ter ere van hem de Noorse vlaggen.

Na de dood van Olav duurt het nog ruim een eeuw voordat de kerk echt vorm krijgt. In 1153, vijftig jaar nadat in het Zweedse Lund het eerste aartsbisdom van Scandinavië het licht heeft gezien, sticht kardinaal Nicholas Brakespeare het aartsbisdom Nidaros.

Een halve eeuw later is de christelijke kerk stevig verankerd in Noorwegen. Het aartsbisdom van Nidaros beslaat een enorm gebied, het bestrijkt het huidige Noorwegen, delen van het hedendaagse Zweden, IJsland, Groenland, Orkney, de Farøer, de Shetland eilanden, de Hebriden en het eiland Man.

REFORMATIE
De Reformatie, die door Maarten Luther in 1517 in Wittenberg in gang is gezet, bereikt Noorwegen twintig jaar later. Na zijn bekering tot het protestantse geloof verklaart de toenmalige Deens-Noorse koning Christian III het evangelisch-lutherse geloof in 1537 tot officiële religie van Noorwegen en Denemarken.

Het besluit van de koning is niet alleen een geloofszaak. Machtspolitieke overwegingen spelen een even grote rol. Christian III hoopt met zijn keuze de bestaande unie tussen Denemarken en Noorwegen politiek te versterken.
Het besluit van Christian III zorgt in Noorwegen voor een schok. De aartsbisschop van Nidaros, die een groot voorstander is van de Noorse onafhankelijkheid, ontvlucht het land. Twee van de andere drie bisschoppen in het land worden gevangen gezet, de derde besluit de vorst te volgen en zich te bekeren tot het Lutherse geloof. De meerderheid van de geestelijkheid volgt de bekeerde bisschop, de bevolking gaat geleidelijk aan mee, een andere keus is er niet.

Religieuze symbolen en gebruiken van de katholieke kerk worden verboden. Gemor wordt de kop ingedrukt, slechts in een een aantal gebieden passen de gelovigen zich niet aan en blijven in het verborgene, de katholieke traditie trouw.
Openlijk een ander geloof beleiden is er niet bij. Buitenlanders die in het Deens/Noorse koninkrijk wonen of er willen wonen, moeten vanaf 1569 aantonen dat ze lutherse christenen zijn. Anders volgt uitwijzing.

De strenge regels hebben effect. Rond 1600 is het hele land Luthers en is de band tussen staat en kerk onlosmakelijk gesmeed.

De koppeling van politiek en geloof wordt ruim twee eeuwen later bevestigd in de grondwet van 1814, waarin de evangelisch-lutherse religie tot staatsgodsdienst wordt bestempeld, met de Noorse Kerk als representant. De koning staat aan het hoofd van de kerk, hij en zijn koninklijke familie zijn verplicht het evangelisch-lutherse geloof aan te hangen.

De starre anti-koers tegen andersdenkenden is dan inmiddels al verlaten. De industrialisatie (mijnbouw, glasblazerijen) en de bouw van vestingwerken maken dat Noorwegen vakmensen van buitenaf nodig heeft. Het enige nadeel: de experts zijn vooral te vinden in het katholieke Frankrijk en katholieke streken in Duitsland. De noodzaak goede mensen binnen te kunnen halen, wint het van het dogma. De koning bepaalt dat de gevraagde werknemers zich niet meer hoeven te bekeren.
In Noorwegen zelf krijgen andere geloofsgemeenschappen de ruimte. De Quakers zijn de eerste die zich mogen organiseren, het gaat om Noren die uit Engeland terug willen keren naar hun eigen land.

De katholieken krijgen in 1843 de kans een nieuwe geloofsgemeenschap op te bouwen. Nog eens twee jaar later ondertekent de koning de wet dat christenen zich buiten de Noorse kerk om mogen organiseren. De algemene plicht dat Noren lid moeten zijn van de Noorse Kerk gaat dan eveneens van tafel.

De nieuwe wind die gaat waaien, leidt tot het ontstaan van een reeks christelijke vrije kerken, zoals de pinksterbeweging, de evangelisch-lutherse vrije kerk en de Baptistenunie.

Toch duurt het dan nog meer dan een eeuw voordat de algehele algemene godsdienstvrijheid een feit is. Pas in 1969 gaan de laatste wettelijke obstakels van tafel.

VERANDERINGEN
De Noorse Kerk heeft op dat moment al een metamorfose ondergaan, een verandering die ruim 150 jaar eerder is ingezet.
De 18de eeuw is net begonnen als het Piëtisme, de Lutherse hervormingsbeweging die rond 1670 in Duitsland is ontstaan, Noorwegen bereikt. De piëtisten voor wie geloof en praktisch handelen in het dagelijks leven van elk individu onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, zorgen voor een trendbreuk.
De eerste zichtbare kerkelijke verandering is de invoering van de confirmatie, de belijdenis van het geloof, in 1736. Een jaar later ziet bisschop Erik Pontoppidans’ verklaring van het christelijk geloof het licht. In 1739 staat de kerk achter de oprichting van het Noorse schoolsysteem. Het voornaamste doel is om te bereiken dat kinderen voor hun confirmatie kunnen lezen. Op Groenland en in de Sami-gebieden van Noord-Noorwegen trekken de piëtisten er actief op uit om het geloof te verkondigen.

Aan het eind van de 18de eeuw krijgt het piëtisme een nieuwe impuls door Hans Nielsen Hauge, een boerenzoon uit Østfold. Hauge beweert dat iedereen het recht heeft om zelf het geloof te verkondigen. Zijn stelling is een steen in tot dan toe rimpelloze vijver van de Noorse Kerk. Bij wet is geregeld dat slechts de benoemde geestelijkheid mag preken.

Hauge en zijn volgelingen hebben het niet op de geestelijke stand. De geloofsverkondiging is veel te lauw is zijn opvatting, een stelling die door velen onderschreven wordt.

Hauge en de zijnen gaan als lekenprediker op pad. De weerklank van hun missiewerk is groot. Steeds meer Noren voelen zich gegrepen door de persoonlijke, evangelische geloofsbeleving van de piëtisten. In 1842 gaat de overheid om. Het verbod op de lekenpreken gaat van tafel. De evangelische revival in het 19de eeuwse Europa geeft de piëtisten nog meer rugwind en hun invloed neemt hand over hand toe.
In het spoor van de lekenpredikers wordt op tal van plekken een zogenaamd ‘bedehus’ gebouwd, een soort van verenigingsgebouw voor kerkelijke activiteiten, waarvan er nog steeds velen – de schatting is 3000 - in gebruik zijn.
Na de bevolking krijgen de idealen en de conservatieve geloofsopvatting ook steeds meer leden van de Noorse geestelijkheid in hun greep. Op kerkelijk gebied wordt de weg vrijgemaakt voor een reeks van organisaties die zich richten op de zending zowel binnen Noorwegen als daarbuiten.

KERK EN STAAT
Terwijl de kerk van binnenuit verandert, komt ook de relatie tussen kerk en staat op de agenda te staan. Rond 1850 ontstaat de eerste discussie over de invloed van de staat op de kerk. In de jaren daarna zullen er nog velen volgen. Ingrijpende veranderingen blijven uit.

(Als de Duitse bezetter in 1942 besluit Vidkun Quislings benoeming tot Noors staatshoofd feestelijk gaan vieren met een dienst in de Nidarosdom, schrijven de Noorse bisschoppen een herderlijke brief waarin ze aangeven geen overheidsdienaar meer te willen zijn. Negentig procent van de geestelijkheid volgt de bisschoppen. De breuk tussen kerk en staat is compleet. De band tussen kerk en staat wordt in 1945 snel hersteld. Een logische stap is het oordeel van velen. Maar de zelfstandigheid in de laatste oorlogsjaren smaakt sommigen naar meer en zal in de jaren die volgen de discusie blijven voeden, maar ook nu zonder zichtbare resultaat.)

De jongste poging de relatie te vernieuwen voltrekt zich op dit moment. In januari 2006 is een rapport over kerk en staat verschenen, waarin de voornaamste conclusie is dat het huidige systeem op de helling moet. Een commissie, die bestond uit kerkelijke en politieke vertegenwoordigers, heeft drie jaar aan het rapport gewerkt. De roep om een ingrijpende verandering heeft de steun van 18 van de 20 commissieleden. Twee commissieleden willen dat alles bij het oude blijft.

Van de 18 pleiten 14 voor een lossere relatie tussen staat en kerk. Tegelijkertijd blijven ze echter van oordeel dat de band niet volledig moet worden doorgesneden.
De meerderheid van 14 vindt ook dat de plaats van de Noorse Kerk niet langer in de grondwet verankerd moet zijn, maar geregeld moet worden via een normale wet.
De kerkelijke synode zou de verantwoordelijkheid moeten krijgen die nu bij de koning en het parlement ligt, ook wanneer het gaat om de benoeming van aartbisschoppen en geestelijken. Een meerderheid van 15 is van mening dat de staatsfinanciering gehandhaafd moet blijven. De nationale overheid zou de salarissen moeten blijven betalen, terwijl de plaatselijke overheid zorg zou moeten dragen voor het onderhoud van de kerkelijke gebouwen.
Of de hervormingen het halen, is nog onzeker. In de loop van 2006 hebben tussen 2000 en 3000 kerkelijke en openbare instellingen, organisaties en partijen de kans hun zegje te doen. Als het in tegenstelling tot voorgaande keren tot overeenstemming komt, kan de regering in 2008 een voorstel naar het parlement sturen waarin een nieuwe rolverdeling zal zijn vastegelegd.
Als er ingrijpende veranderingen worden voorgesteld, zal de Grondwet moeten worden aangepast, een aanpassing die pas in 2013 zijn beslag kan krijgen, ruim een eeuw nadat de eerste discussie op gang is gekomen.

NOORSE KERK
De historische band tussen kerk en staat heeft er toe geleid dat 86% van de Noorse bevolking lid is van de Noorse Kerk, 78% van de kinderen wordt gedoopt. Het ledenaantal bedraagt zo’n 3,8 miljoen. Minder dan 5% van de Noren is actief lid van de kerk, kerkdiensten worden gemiddeld door 100 mensen bezocht.

EVANGELISCH-LUTHERSE VRIJE KERK
De Evangelisch Luthers Vrije Kerk is in 1877 gesticht. De kerk komt voort uit verzet tegen de staatsinvloed binnen de Noorse Kerk. Breekpunt is de benoeming van de geestelijkheid door de overheid. Op geloofsgebied is de stichting van de kerk een reactie op de algemene deelname aan het Heilig Avondmaal en op de verplichte confirmatie. De kerk kent zo’n 21.000 leden.

PINKSTERBEWEGING
De Pinksterbeweging heeft zo’n 42.000 leden. De grondlegger in Noorwegen is Thomas B. Barratt. Barratt brengt in 1867 voor het eerst een bezoek aan Noorwegen. De eerste pinkstergemeente wordt in 1908 gesticht.

METHODISTEN
Noorwegen telt ongeveer 13.000 Methodisten, die verdeeld zijn over 48 gemeenten.
 
BAPTISTEN
De Baptistenkerk heeft ongeveer 5000 leden. De eerste gemeente dateert uit 1860.

ROOMS-KATHOLIEKE KERK
Na de reformatie is de katholieke kerk officieel verboden in Noorwegen, pas in 1843 krijgen de katholieken toestemming hun geloof te belijden. Aanleiding is een verzoek van de Franse consul aan koning Karel III, een jaar eerder. De consul wil zijn dochter op katholieke wijze laten dopen. De koning zegt ja, waarna de doopplechtigheid zich kan voltrekken bij de consul thuis. Bij de ceremonie zijn zo’n 60 katholieken – allemaal niet Noren – aanwezig. Deze richten zich na afloop tot de koning met het verzoek om een eigen parochie te mogen vestigen in Oslo. De toestemming komt een jaar later. Op dit moment zijn er zo ongeveer 46.000 rooms-katholieken in Noorwegen, iets meer dan 1% van de bevolking.

ISLAM
De islam is de op een na grootste religieuze groepering in Noorwegen. Zo’n 2% van de bevolking, daarbij gaat het om ongeveer 80.000 mensen, is lid van een van de 92 islamitische geloofsgemeenschappen in Noorwegen. Bijna 60.000 van de moslims wonen in Oslo en Akershus. De meeste moslims in Noorwegen zijn immigranten. Bijna de helft van hen komt uit Pakistan. De eerste moskee in Noorwegen werd in 1974 in Olso gebouwd. De schatting is dat zo’n 500 Noren zijn overgegaan naar het islamitische geloof.

BOEDDHISME
In Noorwegen is ook een kleine boeddhistische geloofsgemeenschap te vinden. Deze staat sinds 1979 officieel geregistreeerd. De geloofsgemeenschap heeft ruim 8000 leden.

 

31_000000-3

Woning met 7 slaapkamers

20-06-2017

Het eiland Sekken ligt in de buurt van de stad Molde. Op het eiland is nu een grote eengezinswoning met zeven slaapkamers te koop. De woning is gebouwd in 1982, maar de afgelopen jaren aangepast. In totaal heeft de woning negen kamers.

Lees meer...

98-2

Prachtige woonboerderij in Valdres

20-05-2017

Het eigendom bestaat uit een volledig gemoderniseerde woonboerderij met grote garage annex werkplaats, alsmede twee bergboerderijen. Door de indeling is het mogelijk een deel van het eigendom als bed & breakfast te gebruiken.

Lees meer...

Neem een nieuwsbrief...

Abonneer u op de nieuwsbrief van norsk.nl, met nieuws over projecten, vacatures, onroerend goed en vestigingsmogelijkheden in Noorwegen. De nieuwsbrief verschijnt ongeveer één keer per maand.