Advies over wonen
en werken in Noorwegen?
Bel 0047 928 54 190

Taalslijtage

Ik slijt met de taal. Met de Nederlandse taal welteverstaan. Kan ik dat wel zeggen, ik slijt met de taal, of is dat al half Noors? En zo moet ik mijzelf regelmatig deze vraag stellen, zonder dat ik daarop het antwoord weet. Niet langer is de Nederlandse taal een veilige vanzelfsprekendheid voor mij. En daar slijt ik mee. Een ingewikkelde en niet te winnen taalstrijd is gaande in mijn hoofd.

Een zakelijk gesprek met Nederlanders is niet meer wat het geweest is. Volledig terecht kijkt men mij verwonderd aan als ik vraag om een terugmelding binnen een week, met een opdatering van de situatie. We moeten ook aan kwaliteitszekering doen. En als ik in Nederland bij familie ben en me even wil ontspannen, zeg ik dat ik ga afslappen. Zo langzamerhand weten ze gelukkig wel wat ik bedoel. Eén van mijn broers gebruikt het woord nu zelf ook al als hij ’s avonds na het eten neerzijgt in zijn onooglijke in Noorwegen gekochte Stressless fauteuil. Misschien zal het woord ”afslappen” ooit in de Dikke van Dale opgenomen worden.

Dit zijn niet de enige tekens van oprukkende vernoorsing. Rekende ik een paar jaar geleden nog alles om in euro’s, nu gebeurt exact het omgekeerde. Ben ik in Nederland, dan reken ik alles om in Noorse kroner. Ik weet wat een zak losse drop per hectogram in Noorwegen kost, dus ik wil de prijs die ik in Nederland betaal vergelijken met die in Noorwegen. Het is voor mij absoluut niet meer interessant om iets om te rekenen in euro’s.

Het betalen in euro’s vind ik nog immer een regelrechte ramp. Na een paar dagen Nederland, Duitsland of een ander Euroland is mijn portemonnee gevuld met enkele honderden grammen euromuntjes, klein, groot, dik en dun. Mijn colbertje hangt door het overgewicht aan de rechterkant uit balans. Alsof een knoop in een verkeerd knoopsgat zit. De moderne mobiele telefoon in de linker binnenzak is te licht om het evenwicht te herstellen. In de winkel kost het gepast betalen bij de kassa een eeuwigheid. Elk muntje moet omgekeerd worden om te zien of ik de juiste waarde te pakken heb.

Dit tot ergernis van wachtenden achter me. Sorry. Beklager. Ik ben blijkbaar te weinig in Eurolanden om vertrouwd te raken met deze munteenheid. Geef mij maar de Noorse kroon. Soms verontschuldig ik me maar door geheel naar waarheid te zeggen dat ik niet in Nederland woon. Maar nu terug naar de taalslijtageslag. Zei ik vroeger nog netjes “dank u wel” en “tot ziens” bij de kassa in Nederland, nu is het bij een kort verblijf in mijn vaderland “takk” en “ha det”. Ik kijk maar niet meer achterom naar de verbaasde gezichten bij de kassa.

Toen ik als kind nog bij mijn ouders thuis in Nederland woonde, kwam er weleens bezoek van spannende ooms, tantes en neven die in het verre buitenland woonden, aan de andere kant van de aardbol. Ze praatten bijna altijd met een buitenlands accent en gebruikten woorden die ik niet kende. Ik dacht dat ze gewoon interessant wilden doen, dat ze wilden laten zien dat ze bijzonder waren. Nu weet ik wel beter. Ook ik praat in Nederland nu zoals mijn verre familieleden deden, met rare woorden en soms een accent. Het is een niet te stoppen en bijna onmerkbaar proces, waarbij je zelf niet doorhebt dat je je een accent aangemeten hebt en voor de anderen vreemde woorden gebruikt. Een sluipende slijtage.

We hebben al meer dan tien jaar in Noorwegen gewoond. Of wonen we nu al meer dan tien jaar in dit land? De Noorse taal is verre van perfect, maar we redden ons prima. Mijn vrouw kan zelfs als echte Noorse vrouwen “ja” zeggen terwijl ze inademt. Als ik het doe krijg ik acuut keelpijn. Het woordenboek ligt echter nog altijd binnen handbereik, want regelmatig weten we niet hoe we een bepaald woord vanuit het Nederlands naar het Noors moeten vertalen, overzetten, of omgekeerd. In huis hebben we de taken zodanig verdeeld dat ik de boodschappen mag doen. Ik mag handelen. Daar heb ik absoluut geen hekel aan, want dan kom ik tenminste aan mijn dagelijkse behoefte aan kvikk lunsj, chocoladebanaantjes uit de bak, de Noorse Mars met de naam Japp, of iets anders zoets.

Het boodschappenbriefje is een verhaal apart. Het laat een mengeling, blanding, van in het Noors en in het Nederlands opgeschreven benodigdheden uit de supermarkt zien. De kaas is nog altijd kaas, maar de het brood heeft plaatsgemaakt voor brød. Karnemelk kan ik niet vinden, dus dat is nu kulturmelk op het boodschappenbriefje, handleliste. Kabeljauw is me een te lang woord geworden, dus gebruik ik gewoon torsk. En voor steinbit zou ik geeneens het Nederlandse woord weten. Zalm is geen zalm meer, maar gewoon laks. De komkommer is een agurk geworden (hoewel ik regelmatig augurk opschrijf), de courgette een squash, de tomaten tomater. Maar de winterpeen is nog altijd winterwortel. En zo is het bier nog steeds bier, maar is de frisdrank brus geworden. Gehakt is gehakt gebleven, maar in de supermarkt weet ik nooit wat ik moet nemen: kjøttdeig of karbonadedeig? Zoveel weet ik nu ook weer niet van vlees af.

De taalslijtageslag is in volle gang. Hoe lang zal het duren eer alle boodschappen Noors zijn en ik echt gebrekkig Nederlands ga praten? De tijd zal het leren.

Neem een nieuwsbrief...

Abonneer u op de nieuwsbrief van norsk.nl, met nieuws over projecten, vacatures, onroerend goed en vestigingsmogelijkheden in Noorwegen. De nieuwsbrief verschijnt ongeveer één keer per maand.