Advies over wonen
en werken in Noorwegen?
Bel 0047 928 54 190

Ontdooirituelen

Een paar jaar geleden hebben mijn vrouw en ik een hut gekocht. Na tien jaar Noorwegen moet je toch een beetje mee gaan doen met de huttengekte, ook al begrepen we eerst geen snars van Noorse huttenromantiek. Wat doen al die Noren toch met een hut, terwijl de meesten ook al een aardig vanzelfsprekend vrijstaand huis met uitzicht en twee badkamers hebben.

We hebben schier ontelbare weekenden in en om de hut doorgebracht, Esther schurend, schrapend en schilderend, ik slopend, zagend en timmerend. We reden op vrijdagen na ons werk vaker richting hut dan richting huis. Hadden we geen hut gehad, dan hadden we thuis wel weer een kamer gevonden om op te knappen of om te bouwen. Onze grote voorraad boeken die zeker zes meter wand beslaat, van vloer tot plafond, heeft in de tien jaar dat we in dit huis wonen al vier kamers gezien. Dat heb je als je met zijn tweeën in een huis met veel kamers woont. De ooit witte Billies van IKEA zien er na ruim vijftien jaar, twee landen, vier huizen en twaalf kamers eigenlijk niet meer uit. Een arme student zou ze zelfs niet willen hebben.

Zelf hebben Esther en ik in dit huis al in alle windrichtingen geslapen, eerst zuid, toen oost, daarna noord en tot slot west. Vreemd genoeg is de kamer op het zuiden de koudste kamer. In de kleine hut valt niet zoveel te verplaatsen. Er staat slechts een handvol door vrienden geschonken jaarboeken van Det Norske Turistforeningen in de kast, naast Twee vrouwen van Harry Mulisch en Frelseren van Jo Nesbø. En het tweepersoonsbed past maar op één manier op één plek in één kamer in de hut. We kunnen er hoogstens voor kiezen om de kussens aan het voeteneind te leggen, zodat onze neuzen niet in zuidelijke, maar in noordelijke richting liggen. Maar dat is weer onhandig met het uitstappen.

Het was prachtig om de zomer-en herfstweekenden in en rond de hut door te brengen, ook al moest er geklust worden. Elk weekend zag de omgeving er weer anders uit, ontdekten we weer nieuwe wandeldoelen, planten, kleuren en dieren, klein en groot. Voor het eerst van mijn leven heb ik herten in het echt horen burlen, terwijl ik genoot van een onwaarschijnlijk heldere sterrenhemel. Een oergeluid dat grote indruk op mij gemaakt heeft en dat ik niet licht zal vergeten. Heel anders dan in een natuurreportage op de televisie.

De winterse weekenden op vijfhonderd meter, zo hoog ligt onze hut, beginnen altijd wit, koud en zwaar. Door de enorme sneeuwval is het niet alleen een opgave om de auto ergens te parkeren, in de achteruit zetten en flink gas geven terwijl Esther de handen voor haar ogen houdt, maar ook om op onze sneeuwschoenen, in het Noors “truger”, de hut te bereiken. Een tochtje dat in de zomer een kwartier duurt, neemt met anderhalve meter maagdelijk witte sneeuw ruim dertig minuten en een te hoge hartfrequentie in beslag. En zijn we dan eenmaal nat van het zweet bij de hut aangekomen, moeten we ons eerst een weg banen naar de voordeur, die moeilijk opengaat vanwege alle sneeuw die op het dak ligt. Wat een romantiek!

Eindelijk binnen koelen we weer snel af en merken we hoe koud het er is. Met min vijf graden net zo koud als buiten. En met onze bezwete ruggen is de gevoelstemperatuur nog eens vele graden lager. Ja, ook in Noorwegen doen we als Nederlanders aan gevoelstemperaturen. Wat is dat genieten! Dus eerst maar even omkleden in deze ijzige kou. Na de verkleedpartij is de eerste zorg natuurlijk om de hut warm te krijgen door de houtkachel aan te doen. Zo gezegd, zo gedaan, zou je denken. Nee dus. De schoorsteen blijkt door de anderhalve meter sneeuw op het nieuwe grasdak weer niet hoog genoeg te zijn, net als een paar weekenden geleden. Deze moet eerst weer tevoorschijn worden getoverd, een klus die Esther graag aan mij overlaat. Met een duw van Esther kom ik het dak op en schep ik mij een tien minuten durende weg in de richting van de schoorsteen. Gelukkig word ik wel weer lekker warm van deze voor mij ongewone fysieke arbeid. Weer tien minuten later is de klus voor dit weekend geklaard en kan na een tweede omkleedsessie de kachel eindelijk aan.

In ons huis, waar bij afwezigheid de elektrische kachels op tien graden staan, hebben we binnen een half uur in ieder geval een lekkere warme eetkamer. In de enkelwandige hut, waar de begintemperatuur vijftien graden lager ligt, lijkt het zelfs na anderhalf uur nog niet warm te worden. Pas na drie uur is het acceptabel warm en durven we de kachel te verlaten. Weer een paar uur later kan de deur naar de slaapkamer open, zodat deze ruimte ook een beetje van de warmte meekrijgt. De tijdelijke koude trek nemen we op de koop toe. Volgens onze huttenbuurman, die net als onze gewone buurman overal verstand van heeft, is de oude Jøtul kachel te groot, waardoor het te lang duurt voordat hij warmte gaat afgeven. Hij adviseert ons om een kleinere kachel aan te schaffen. Die logica kan er bij Esther niet in, maar ik heb haar nu zover dat we de komende zomer, als we weer met de auto in de buurt van de hut kunnen komen, een nieuwe een kleinere kachel gaan plaatsen. Eentje die ook zuiniger brandt, want het hout vliegt er nu doorheen.

Als de kachel eenmaal snort is het tijd voor iets warms, voor een kop dampende warme chocolademelk. Even water opzetten, chocoladepoeder in een mok doen, het kokende water erbij, goed roeren, en je kunt je koude handen om de warme mok vouwen. Opdrinken kan nog niet, want de chocomelk is te warm. Heerlijk! Helaas is de winterse huttenwerkelijkheid anders, want er is in de winter geen kraan waar water uit komt. Die kan alleen in de vorstvrije seizoenen gebruikt worden. En er is geen beekje waar we water uit kunnen tappen. Dat wordt dus sneeuw smelten. Pan vullen met sneeuw, gas aansteken en smelten maar. Al gauw blijkt dat je veel te weinig smeltwater hebt en moet je een paar keer sneeuw bijscheppen om straks de twee mokken mee te kunnen vullen. De sneeuw blijkt toch minder maagdelijk wit en schoon dan je gehoopt had. Allerlei kleine friebeltjes drijven in het smeltwater of liggen op de bodem van de pan. Zijn het zandkorrels, blaadjes van een struik, zaadjes? Of zijn het dode insecten of larven?

Of is het koffiedik dat ik zelf een paar weken geleden heb weggegooid? Ach, wat zou het, niet op letten. Het chocoverlangen is groter dan de friebelzorg. En we leven nog steeds, ook na tien weekenden hut met elke keer dezelfde heerlijke rituelen. We vergeten zelfs niet om de gestolde olijfolie weer bij de kachel te zetten.

We kijken alweer uit naar onze volgende koude aankomst bij de hut, het langzame ontdooien en het eerste glaasje rode wijn op vrijdagavond, op kamertemperatuur.

Neem een nieuwsbrief...

Abonneer u op de nieuwsbrief van norsk.nl, met nieuws over projecten, vacatures, onroerend goed en vestigingsmogelijkheden in Noorwegen. De nieuwsbrief verschijnt ongeveer één keer per maand.