Advies over wonen
en werken in Noorwegen?
Bel 0047 928 54 190

Gemengde gevoelens

Mijn vader en moeder zijn samen één keer bij ons in Noorwegen op bezoek geweest. Een logeerpartij waar ik met gemengde emoties op terugkijk, ook na bijna 10 jaar. Na het overlijden van mijn vader is mijn moeder een paar jaar later nog een keer bij ons geweest, in gezelschap van mijn zus met haar gezin.

Op een mooie junidag haalden Esther en ik mijn ouders op van het vliegveld Værnes bij Trondheim. Ze hadden een voorspoedige reis gehad. Het eerste deel, van Amsterdam tot Oslo, vloog een goede kennis die ook nog stewardess is, mee. Dat gaf hen als onervaren luchtreizigers zonder enige kennis van vreemde talen een veilig gevoel. Ze had mijn ouders tot aan de gate van het vliegtuig naar Trondheim begeleid en is daarna zelf weer teruggevlogen naar Schiphol. Voor mijn vader was het de eerste keer in zijn leven dat hij vloog. Hij vond het helemaal niet eng of naar. Mijn moeder was in in de jaren tachtig al een keer naar haar broer in Nieuw-Zeeland geweest, samen met een broer die een beetje Engels kon.

Zoals ik verwacht had was mijn vader erg slecht ter been. Dat is niet zo handig in het bergachtige Noorwegen. Ik moet echter wel zeggen dat hij weer wat beter liep dan twee maanden daarvoor, toen we even in Nederland op bezoek waren. Toen was hij bijna rijp voor een rolstoel. Maar voor een jonge zeventigplusser liep hij erg slecht en leek hij problemen met zijn evenwicht te hebben. Alsof zijn dunne benen zijn dikke buik niet meer aankonden. Als een echte eigenwijze oude man wilde hij echter niet naar de dokter om er eens over te praten. In een tergend langzaam tempo konden we wat kleine wandelingetjes in het dorp maken, waarbij er regelmatig gepauzeerd moest worden. Volgens Esther had hij waarschijnlijk etalagebenen. Nog nooit van gehoord. Voor Esther en mij waren deze wandelingen bijna zwaarder dan het doen van een bergtopje in de omgeving.

Wat echter het allerbelangrijkste was: hij genoot op zijn manier met volle teugen van deze vakantie. Ook het eten viel hem als kieskeurige en weinig lustende eter niet tegen. Nee, dat pure Noorse plattelandseten ging er bij hem wel in. Zo nu en dan moesten we wel de al eerder gehoorde verhalen aanhoren over slagers die een karbonade verkrachten door er knoflook op te strooien, maar dat was ik wel van hem gewend. Aan het bezoeken van een restaurant in de stad had niemand van ons behoefte. Dat zou voor mijn vader toch op een teleurstelling uitlopen. De borrel ging er ook nog altijd goed in. Ach, twee kleine glaasjes jonge jenever op een avond kan toch niet zo’n kwaad? En wij deden vrolijk mee met wijn, bier en door mijn ouders meegenomen whiskey.

Mijn zorgen over zijn gezondheid hadden echter de overhand. Esther zei op een avond tegen me dat het zo ineens met hem afgelopen kon zijn en dat realiseerde ik me ook donders goed. Daarom was ik blij dat mijn ouders dat jaar met hun tweeën op bezoek waren. Dat hadden ze dan nog mooi samen meegepikt. En ik was natuurlijk blij dat we konden laten zien waar en hoe we wonen en leven in Noorwegen. We waren tenslotte trots op wat we hier bereikt hadden en wilden dat graag met hen delen.

Het was pijnlijk om geconfronteerd te worden met het feit dat mijn vader in korte tijd een hulpbehoevende oude man was geworden. Ik kon het niet accepteren. Als ik hem zo zag, hoopte ik alleen maar dat ik niet zo zou worden, dat dit mij bespaard zou blijven. En geheel onterecht hoopte ik ook dat het proces van slechter en slechter lopen en zien omkeerbeer zou zijn, dat ik hem bij een volgend bezoek in Nederland weer gewoon en in normaal tempo zou zien lopen. De realiteit was dat hij met de dag minder mobiel werd en soms gewoon omviel, als hij in zijn geliefde moestuin achter het huis bezig was. En ondanks dit alles reed hij nog bijna dagelijks auto in het dorp (politiebegeleiding zou op zijn plaats geweest zijn), zat hij nog in het bestuur van een toneelvereniging, deed hij de belastingaangiftes voor een paar mensen en was hij actief voor de kerk. Met zijn hersens was helemaal niets mis.

Mijn moeder leek een tegenovergestelde ontwikkeling mee te maken en met de dag jonger te worden. Ook zij genoot volop van deze vakantie. “Alles is hier mooi,” zei ze. Ze had verwacht dat we wat meer afgelegen woonden, maar was blij verrast dat we gewoon buren en winkels in de nabijheid hebben. Ze vertrouwde ons toe dat ze in het begin regelmatig wakker had gelegen, met de gedachte aan inbrekers en moordenaars in onze afgelegen woning in de bergen van Noorwegen. Het lezen van enkele spannende Noorse misdaadromans had haar duidelijk beïnvloed.

Na deze vakantie ging het snel bergafwaarts met mijn vader. Zoals hij in Noorwegen bij een weg omlaag in ons dorp zichzelf niet kon afremmen, zo ging zijn gezondheid hollend achteruit. De auto werd verkocht, de activiteiten in verenigingen werden gestaakt en administratieve werkzaamheden werden overgedragen aan anderen. Had hij een maand gewacht, dan had hij ons nooit samen met mijn moeder kunnen bezoeken. Nog hetzelfde jaar overleed mijn vader.

En mijn moeder? Zij wordt nog elk jaar jonger.

Neem een nieuwsbrief...

Abonneer u op de nieuwsbrief van norsk.nl, met nieuws over projecten, vacatures, onroerend goed en vestigingsmogelijkheden in Noorwegen. De nieuwsbrief verschijnt ongeveer één keer per maand.